Bijzondere vormen van vermogensoverdracht

Geld schenken op papier

Het is mogelijk om te schenken zonder dat er contant geld aan te pas komt. Dit kan zijn als ouders geen contanten hebben (het vermogen zit bijvoorbeeld in het huis of in het bedrijf) of wanneer zij graag nog de beschikking willen houden over hun vermogen omdat zij hun oudedagsvoorziening in eigen beheer willen houden. Zo’n schenking op papier gaat in de vorm van schuldigerkenning uit vrijgevigheid door de ouder(s) van een geldsom aan hun kind(eren), die eerst opeisbaar is bij overlijden van de schenker(s). Omgekeerd verkrijgen de kinderen een niet-opeisbare vordering op hun ouders.

Bij overlijden van een van de ouders of bij overlijden van de laatste kan de ‘schuld op papier’ in mindering komen op het saldo van de nalatenschap. Door de schuldigerkenning over een reeks van jaren te spreiden (zie het hiervoor opgemerkte over het maken van een schenkingsprogramma) kunnen besparingen van te heffen erfbelastingen worden gerealiseerd.

De fiscus beschouwt de schenking als reëel, maar er is een aantal spelregels waaraan u zich moet houden.
Regels die de fiscus stelt:

  • De schuldigerkenning moet vastliggen in een notariële akte. Schuldigerkenningen bij onderhandse akte zijn niet rechtsgeldig en kunnen daardoor niet in mindering worden gebracht op de nalatenschap;
  • Er zal door de ouders over de schuld aan hun kinderen daadwerkelijk een rente van 6% moeten worden vergoed.

Gevolgen van de schuldigerkenning voor de inkomstenbelasting

Over de rente is door de kinderen geen inkomstenbelasting verschuldigd. Evenmin is deze bij de ouders aftrekbaar. Wel wordt bij de kinderen inkomstenbelasting geheven over het zogenaamde ‘fictief rendement’ van hun vermogen.
Het vermogen bestaat uit bezittingen, verminderd met de schulden. De vordering van de kinderen op hun ouders wordt bij de bezittingen meegeteld, evenals de ontvangen rente. Het vermogen wordt vervolgens – fiscaal – geacht 4% rendement op te leveren. Over deze 4% wordt 30% inkomstenbelasting geheven, de zogenaamde ‘vermogensrendementsheffing’ (box 3).
Totaal bezien betekent dit dat 1,2% van de waarde van het vermogen aan de fiscus dient te worden afgedragen. Wel is er een vrijstelling.

Bij de ouders komt de schuld aan de kinderen in mindering op hun vermogen, zodat zij doorgaans minder inkomstenbelasting zullen betalen.

Overdracht van de ouderlijke woning

De overdracht van de eigen woning is een veelbesproken onderwerp op het notariskantoor. Met name gaat het dan om de vraag of het verstandig is het woonhuis reeds bij leven aan de kinderen over te dragen.
Tot enkele jaren geleden was de belangrijkste reden hiervoor te voorkomen dat het huis ‘opgegeten’ moest worden voor het geval men in een bejaardenhuis zou worden opgenomen.
Sinds 1 januari 1997 is de vermogenstoets bij een intrek in een bejaardenhuis afgeschaft. Dit argument voor overdracht van het eigen huis is daarom komen te vervallen.

Er kunnen andere redenen zijn om het eigen huis bij leven over te dragen aan de kinderen. Door de overdracht kan de waardestijging van het eigen huis als het ware aan de kinderen worden overgeheveld. Het huis behoort dan niet meer tot de nalatenschap(pen) van de ouder(s) en heffing van erfbelasting blijft achterwege.

Ook hier geldt dat diverse fiscale aspecten mee in beschouwing moeten worden genomen. Inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting spelen bijvoorbeeld een rol.
Ook is er een aantal onzekerheden. Hoe ontwikkelt zich de waarde van de woning of de flatwoning? Wat gebeurt er als de ouder(s) kleiner wil(len) gaan wonen? Hebben zij dan nog de beschikking over de verkoopopbrengst? Wat zijn de gevolgen als een kind vóór de ouder overlijdt of gaat scheiden? Deze vragen moeten worden gesteld. De notaris zal u bij de beantwoording daarvan behulpzaam zijn. Het voert te ver om hier op deze vragen in te gaan.

Ruwweg zijn er drie varianten denkbaar om het woonhuis aan de kinderen over te dragen: overdracht onder het voorbehoud van een gratis woonrecht in de vorm van vruchtgebruik of recht van bewoning; overdracht van het huis in volle eigendom waarna de ouders een huurrecht bedingen; en schenking van het huis al dan niet onder voorbehoud van een woonrecht of huurrecht.

Kwijtschelding

De koopsom voor de blote eigendom kan door de kinderen worden betaald, maar kan ook door de kinderen aan de ouders schuldig worden gebleven.
De vraag rijst of deze schuld renteloos kan zijn. Als rente wel wordt vergoed leidt dit tot een vermogensvermeerdering bij de ouders. Als geen rente wordt vergoed kan sprake zijn van een bevoordeling waarover schenkingsrecht verschuldigd is.
Wilt u dit voorkomen, dan moet u de lening dagelijks en direct opeisbaar maken. De opeisbaarheid moet reëel zijn. Dat wil zeggen dat de kinderen over de nodige liquiditeiten moeten beschikken om de lening direct te kunnen voldoen. Of dat ze een (hypothecaire) lening kunnen aangaan om de koopsom desgewenst te kunnen aflossen.

Om te bereiken dat het huis uiteindelijk ‘met gesloten beurzen’ naar de kinderen overgaat, kunnen de ouders overwegen de koopsom in etappes (bijvoorbeeld jaarlijks) kwijt te schelden. Gebruik kan worden gemaakt van de jaarlijkse vrijstellingen voor schenkingsrecht.

Is de koopsom in één termijn kwijtgescholden, dan kunnen overdrachtsbelasting en schenkingsrechten met elkaar worden verrekend.

Het huis schenken

Het voordeel van de schenkingsvorm is dat de schenker aan de schenking een uitsluitingsclausule kan verbinden. Hij mag bepalen dat het eigendom van het huis alleen toebehoort aan de eigen kinderen, ook al zijn zij in algehele gemeenschap van goederen getrouwd.

De ‘koude kant’ (schoonzoon, schoondochter) heeft ook het nakijken wat de waardestijging betreft. Wordt een huis verkocht in plaats van geschonken en de koopsom in gedeelten kwijtgescholden, dan kunnen aan de kwijtscheldingen uitsluitingsclausules worden verbonden. Het huis en daarmee de te realiseren waardestijgingen behoren dan wel tot de huwelijksgemeenschap.

De kinderen moeten schenkingsrecht betalen over de WOZ-waarde van het huis. Voor de heffing van overdrachtsbelasting en schenkingsrecht is er een zogenaamde samenloopregeling. Ouders mogen eenmalig een vrijgesteld bedrag van maximaal 50.000 euro aan een kind schenken indien het kind een eigen woning gaat kopen. Dat is de éénmalig verhoogde vrijstelling bij aankoop van het huis. Indien er geen eigen woning wordt gekocht is het éénmalig vrijgestelde bedrag 24.000 euro.

Samenvattend

De fiscale, juridische en maatschappelijke aspecten van overdracht van vermogen tijdens uw leven kunnen in grote lijnen als volgt worden samengevat:

  • Het verdient de voorkeur een schenkingsprogramma op te stellen. U kunt beter uw vermogen in fasen overhevelen.
  • De schenkings- en erfbelastingen zijn progressieve belastingen. Daarom is het voordeliger een paar keer een kleiner bedrag te schenken dan één keer een groot bedrag.
  • Het is zinvol vermogensbestanddelen te schenken waarvan mag worden verwacht dat deze in waarde zullen stijgen.
  • Gezegd is al: ‘Eens gegeven, blijft gegeven’. U moet zich realiseren dat schenkingen onomkeerbaar zijn. Dit brengt ons op een belangrijk aspect: wilt u op de een of andere manier nog de zeggenschap over uw vermogen behouden?
  • De zorg voor tijden dat het u mogelijk financieel minder goed zal kunnen gaan, moet mede in ogenschouw worden genomen.

Overdracht van vermogen met behulp van het erfrecht

Besparing van erfbelastingen kan worden bereikt door het doen van schenkingen en door middel van het huwelijksvermogensrecht. Naast de huwelijksvorm is het testament een middel om de te heffen erfbelastingen te beïnvloeden.
Niet alles mag ondergeschikt worden gemaakt aan belastingbesparing. Het is vanzelfsprekend dat ook de langstlevende echtgenoot/partner verzorgd achterblijft en een levensstandaard kan voortzetten zoals hij of zij dat gewend was.

Zo moet met de notaris worden besproken of de langstlevende een redelijk (pensioen)inkomen heeft voor het geval de echtgenoot die een ouderdomspensioen geniet overlijdt. Het weduwenpensioen is afgeleid van het ouderdomspensioen, maar is lager.

Verdere vragen zijn: wat zijn de statistisch te behalen leeftijden van de echtgenoten? Wat zijn de consequenties als een kind in de bijstand zit? Wat is de waarde van het gemeenschappelijk vermogen en/of de privévermogens van de echtgenoten? Hoe zijn deze vermogens samengesteld en zijn er vermogensbestanddelen die naar alle waarschijnlijkheid sterk in waarde zullen toenemen?

Rekening houdend met de antwoorden op deze en vele andere vragen kan worden gekomen tot een berekening van het voordeligste testament. Het is zaak tijdig maatregelen te treffen.

Door het testament kan worden voorkomen dat het vermogen onnodig twee keer of vaker vererft en er telkens erfbelasting moet worden betaald.

De ouderlijke boedelverdeling

De ouderlijke boedelverdeling (OBV) was tot 1 januari 2003 de meest voorkomende uiterste wilsbeschikking. Na 1 januari 2003 is het niet meer mogelijk een ouderlijkeboedelverdelingtestament te maken. De bestaande testamenten blijven echter wel geldig.

Het kenmerk van de ouderlijke boedelverdeling is dat de langstlevende automatisch de vrije beschikking heeft over de gehele nalatenschap en de verplichting heeft alle schulden te voldoen. De langstlevende heeft voorts de verplichting om aan de kinderen ieder hun erfdeel schuldig te erkennen.
In het testament worden de gevallen opgesomd waarin de kinderen hun vorderingen kunnen opeisen. In principe zijn de vorderingen niet eerder opeisbaar dan bij overlijden van de langstlevende. (NB: veel voorkomende opeisingsgronden zijn het faillissement van de langstlevende of het hertrouwen.) Vaak zal een rente worden vergoed over de vorderingen.

Wettelijke verdeling

Vanaf 1 januari 2003 geldt een nieuwe regeling voor het geval de overledene een echtgenoot (of geregistreerd partner) en één of meer kinderen als erfgenaam achterlaat.
Deze regeling is gebaseerd op de ouderlijke boedelverdeling en wordt de wettelijke verdeling genoemd. De echtgenoot wordt net als bij de ouderlijke boedelverdeling enig rechthebbende tot de nalatenschap. Hij krijgt dus alle bezittingen, maar moet de schulden voor zijn rekening nemen.
De kinderen krijgen een geldvordering op de echtgenoot ter waarde van hun erfdeel, opeisbaar bij het overlijden van die echtgenoot. De vordering draagt een rente die afhankelijk is van de door de overheid vastgestelde wettelijke rente.

De rente bedraagt namelijk de wettelijke rente minus 6 procent. Bedraagt de wettelijke rente 6% of minder, dan wordt geen rente vergoed. Bij testament kan een ander rentepercentage worden vastgesteld.

Binnen drie maanden na het overlijden kan de echtgenoot de wettelijke verdeling ongedaan maken. Dit moet bij notariële akte, die wordt ingeschreven in een speciaal register. Na de ongedaan making zijn de erfgenamen gezamenlijk gerechtigd tot de nalatenschap en moeten zij deze samen verdelen. Ook hiervoor kan bij testament een andere regeling worden vastgesteld.