Wat kunt u doen met estate planning?

Inleiding

Het belangrijkste argument vóór vermogensoverdracht tijdens uw leven is dat een aanzienlijke besparing van erfbelastingen kan worden bereikt. De overgehevelde vermogensbestanddelen maken namelijk geen onderdeel meer uit van het te vererven vermogen. Schenkingen moet u niet zomaar doen. Het is aan te raden hiervoor een schenkingsprogramma op te stellen. U zou voor een bepaalde periode kunnen kiezen, bijvoorbeeld van 5 jaar of 10 jaar, en gespreid in deze periode schenkingen doen. Een ander voordeel van het doen van schenkingen is dat de groei van het vermogen niet meer met erfbelasting wordt getroffen en belastingvrij bij de kinderen komt. Soms kan ook inkomstenbelasting worden bespaard.

Toelichting

De successiewet kent een dubbele progressie. Het te betalen schenk- of erfbelasting hangt af van de graad van verwantschap tussen schenker/erflater en begiftigde/erfgenaam of legataris. Hoe verder de (bloed)verwantschap, des te hoger de belasting. De te betalen belasting hangt ook af van de hoogte van de verkrijging.
Hoe meer men ontvangt, hoe hoger het tarief. De tarieven zijn vanaf 1 januari 2010 in twee schijven ingedeeld van 10% (tot 118.000 euro) en 20% (het verschil boven 118.000 euro) en zijn dus mede afhankelijk van de omvang van de schenking (voormelde tarieven zijn van toepassing voor echtgenoten en kinderen).
Door het doen van laag of lager ingeschaalde schenkingen wordt een progressievoordeel behaald. Hoe meer men namelijk erft, des te meer erfbelasting aan ‘de top’ wordt betaald. Als gevolg van de schenkingen wordt de ‘top’ afgeroomd en een progressievoordeel bereikt.

Schenkingen

Een schenking is een overeenkomst waarbij de schenker zich verbindt aan de begiftigde een vermogensbestanddeel af te staan zonder tegenprestatie en met de bedoeling de begiftigde te bevoordelen.

Een schenking kan geschieden in geld of andere goederen: onroerend goed, effecten (beursaandelen, obligaties, aandelen in groeifondsen of beleggingsinstellingen), aanmerkelijkbelangaandelen, maar ook kunst en antiek.
Ook kwijtschelding op een vordering, bijvoorbeeld wegens uitgeleend geld aan uw kind, is een schenking.
Bij de keuze welke vermogensbestanddelen over te dragen spelen persoonlijke overwegingen een rol, maar ook fiscale: de grootste belastingbesparing treedt op bij schenking van vermogensbestanddelen, waarvan mag worden verwacht dat deze sterk in waarde zullen stijgen.
Verder behoeft niet alleen schenkingsbelasting van belang te zijn, maar kunnen andere belastingen een rol spelen. Zoals overdrachtsbelasting bij overdracht van onroerend goed en inkomstenbelasting.
Vanaf 1 januari 2003 is voor een schenking in beginsel geen notariële akte nodig.

Geld kan overhandigd worden of door overschrijving op een bankrekening van de begiftigde worden gestort. Dit geldt ook voor effecten die bij een bank zijn gedeponeerd. Deze kunt u giraal naar uw kinderen overschrijven.

Wel is een notariële akte nodig als u bijvoorbeeld onroerende zaken schenkt of aandelen in uw B.V. En ook een schenking ‘ter zake des doods’, waarbij de begiftigde het geschonkene pas krijgt bij het overlijden van de schenker, moet in een notariële akte.

Om de schenking te bewijzen is het aan te bevelen de schenking schriftelijk vast te leggen (in een notariële of onderhandse akte). Bijvoorbeeld van belang ten opzichte van de fiscus is, op welke datum de schenking is gedaan in verband met de 180 dagen termijn, die hierna aan de orde komt.
Het kan ook zijn dat u op de schenking bepaalde bedingen van toepassing wilt laten zijn.

Hierna wordt ingegaan op de uitsluitingsclausule die aan een schenking verbonden kan worden. Gaat uw kind scheiden, dan zal een advocaat van de ‘ex’-schoonzoon of -schoondochter een bewijs vragen dat een dergelijke clausule is gemaakt.

Voor de fiscus is de zogenaamde ‘180-dagen-regeling’ van belang. Deze regeling kent de successiewet om te voorkomen dat men in het zicht van overlijden nog een voordeeltje wil behalen door een deel van het vermogen te schenken in plaats van te laten vererven. De regeling houdt in dat schenkingen die binnen een periode van 180 dagen vóór het overlijden van de schenker zijn gedaan alsnog bij zijn nalatenschap worden opgeteld.
Hiervan is uitgezonderd een schenking ten bedrage van de eenmalig verhoogde vrijstelling die u aan kinderen tussen hun 18e en 35e verjaardag kunt doen.
Het eventueel betaalde schenkingsbelasting kan wel met de dan te betalen erfbelasting worden verrekend maar het behaalde tariefsvoordeel is verloren.

Bij het doen van een schenking doet u er verstandig aan met uw notaris te overleggen welke bepalingen eventueel aan de schenking kunnen worden verbonden en zonodig schriftelijk kunnen worden vastgelegd. Gedacht kan worden aan de volgende bepalingen:

  • de uitsluitingsclausule;
  • de vrijstelling van inbreng van schenkingen;
  • het bewind.

Schenkingsclausules

De uitsluitingsclausule

Veel ouders gunnen hun kinderen graag een voordeel, maar willen niet dat vervolgens na een echtscheiding de ex-echtgenoten van hun kinderen recht hebben op de helft van de schenking.

Dit gebeurt als uw kind in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd. Bij de schenking kan worden bepaald dat het geschonkene en de opbrengsten daarvan niet zullen vallen in een (huwelijks)gemeenschap waarin uw kind is gehuwd of ooit gehuwd zal zijn. Een en ander geldt ook voor het geval uw kind als partner is geregistreerd.

Wat, als u geld overhandigt of overmaakt dan wel effecten overschrijft? Juist, dan moet worden bewezen dat de schenking ‘onder uitsluiting’ is gedaan en dan is het goed dat de schenking en de uitsluitingsclausule schriftelijk zijn vastgelegd. Het is verstandig de notaris dit te laten regelen opdat het stuk bewaard blijft.

Als u nu op het idee komt om de in het verleden gedane schenkingen alsnog op deze wijze vast te leggen met uitsluitingsclausule; dat heeft geen zin. De clausule moet volgens de wet ‘bij (het doen van) de gift’ worden bedongen. Aan het slot van dit onderdeel van de site komt de uitsluitingsclausule nog een keer aan de orde, maar dan in verband met de erfbelastingen.

De inbreng
Vaak bevoordelen ouders tijdens leven hun kinderen. Het ene kind kan hierbij meer krijgen dan het andere kind. Een schenking door een ouder aan zijn kind wordt niet als voorschot op het erfdeel beschouwd.
Bij het overlijden van de ouder wordt ongelijkheid van schenkingen niet automatisch rechtgetrokken. Als u dit niet wilt, omdat u het ene kind niet boven het andere wilt bevoordelen, dan moet u bij de schenking bepalen dat de schenking moet worden verrekend. Dit heet inbreng. Het is verstandig dit schriftelijk vast te leggen.
Is de inbreng niet geregeld bij de schenking, dan kan dit alsnog bij testament.

Voor schenkingen van voor 1 januari 2003 geldt overigens het omgekeerde: in principe moeten deze door de kinderen worden verrekend met hun erfdeel, tenzij de inbreng is uitgesloten bij de schenking of bij testament.
De vrijstelling van inbreng mag niet worden verward met het recht van uw kind op de legitieme portie. (De legitieme portie is een door de wet aan uw kind gegarandeerd deel, omgerekend in geld, waar het kind altijd recht op heeft.). Schenkingen leiden er niet toe dat de legitieme portie van een (ander) kind wordt verkleind.

Rekening houdend met in het verleden gedane schenkingen zal altijd moeten worden getoetst of het niet-bevoordeelde kind tekortkomt na de berekening van zijn legitieme deel in de nalatenschap.

Het bewind
Het kan voorkomen dat u van mening bent dat de begiftigde nog niet de volledige verantwoordelijkheid kan dragen voor de geschonken goederen. Dit kan te maken hebben met de leeftijd, of het uitgavenpatroon van de begiftigde.
Houdt u er rekening mee dat jongeren op 18-jarige leeftijd zelfstandig bevoegd zijn over hun geld te beschikken. In zulke gevallen kan de schenker de geschonken goederen geheel of gedeeltelijk onder bewind stellen. Er is dan een bewindvoerder, bijvoorbeeld de schenker zelf, die nog gedurende een bepaalde periode de lakens uitdeelt.

Schenkingsbelastingen

Schenkingsbelasting is de belasting die wordt geheven over de waarde van de geschonken goederen of van de bevoordeling die de begiftigde geniet. De schenker moet in Nederland wonen wil de Nederlandse fiscus kunnen heffen. De woonplaats van de begiftigde is niet van belang. De arm van de fiscus is echter lang. Als een Nederlander emigreert, bijvoorbeeld naar België, dan blijft gedurende 10 jaar na zijn vertrek de Nederlandse fiscus over de schenkingen heffen. Neemt de emigrant die de schenking heeft gedaan een andere nationaliteit aan, dan wordt de termijn tot één jaar teruggebracht.
Voor schenkingen van ouders aan kinderen gelden vrijstellingen. Zo kennen we een jaarlijkse vrijstelling van € 5.030 (vrijstelling 2011) per kind. Ouders kunnen eenmalig aan hun kinderen tussen hun 18e en 35e verjaardag (de vrijstelling vervalt dus om 0.00 uur op de dag dat het kind de leeftijd van 35 jaar bereikt) belastingvrij een hoger bedrag schenken.
Deze vrijstelling kan ook met succes benut worden als het kind waaraan wordt geschonken weliswaar ouder is dan 35 jaar, maar zijn echtgenoot nog niet. In 2011 mag deze schenking per kind niet meer dan € 24.000,00 bedragen. Vraag uw notaris om de actuele bedragen.

Schenkingen door of aan twee personen die met elkaar gehuwd zijn, worden bij elkaar opgeteld. Het heeft dus geen zin een schenking te splitsen in een bedrag aan de zoon en een aan de schoondochter.
Schenkingen die in de loop van één kalenderjaar aan een kind zijn gedaan, worden eveneens bij elkaar opgeteld als ware het één schenking. Als het al wat oudere schenkers betreft kan het zinvol zijn in december een schenking te doen en in januari daarna. Binnen korte tijd kan dan een aanmerkelijk bedrag worden geschonken en kan tweemaal van de tarieven en vrijstellingen gebruik worden gemaakt.

Niet alleen schenkingen aan kinderen, maar ook die aan kleinkinderen kunnen interessant zijn, met name als de kinderen het vermogen zelf niet nodig hebben. Het vermogen kan dan een generatie overslaan en wordt bij overlijden van de kinderen niet belast met erfbelastingen. Wel dient u op het volgende bedacht te zijn: schenkingen tussen ouders en kinderen worden zoals gezegd bij elkaar opgeteld als zij gedurende de loop van één jaar zijn gedaan. Voor schenkingen aan anderen, dus ook aan kleinkinderen, geldt (slechts) een vrijstelling per kleinkind van € 2.000,00 (2011) per jaar. De vrijstelling voor de erfbelastingen is veel hoger, deze bedraagt € 19.000,00 (2011).
Het kan interessant zijn (als de kinderen daartegen geen bezwaar hebben) om bij testament aan de kleinkinderen na te laten, dat heet dan ‘legateren’. Legaten gelden als aftrekpost in de nalatenschap zodat de kinderen daarover geen erfbelastingen verschuldigd zijn. De kleinkinderen ontvangen een legaat gelijk aan de vrijstelling belastingvrij.

Wie betaalt de schenkingsbelasting?
Hoofdregel is dat de begiftigden, bijvoorbeeld uw (klein)kinderen, de schenkingsbelasting verschuldigd zijn.
Het is ook mogelijk dat de schenker de schenkingsbelasting voor zijn rekening neemt. Men noemt dit: ‘de schenking geschiedt vrij van recht’.
In feite gebeurt het volgende: u geeft een bedrag aan uw kind, waarover hij de schenkingsbelasting moet betalen. Doordat u ook dit recht betaalt, schenkt u dit dus eigenlijk ook. Over deze extra ‘schenking’ moet uw kind opnieuw schenkingsbelasting betalen, dat u weer voor uw rekening neemt. Wie hierover nadenkt komt vrij snel tot de conclusie dat er een oneindige reeks van steeds kleinere schenkingen ontstaat. De wetgever heeft hiervoor een oplossing bedacht. U schenkt het bedrag én de schenkingsbelasting, dit heet het primaire recht. Over het geschonken bedrag en het (eenmalig te heffen) primaire recht wordt dan het uiteindelijke verschuldigde recht berekend.