Kinderen

Minderjarigheid: gezag en voogdij

Voor ouders met minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar) is het belangrijk om stil te staan bij wie er voor de kinderen zorgt als zij er zelf niet meer zijn.

Gezamenlijk gezag door gehuwden

Binnen het huwelijk van één man en één vrouw oefenen de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Overlijdt één van hen, dan blijft de ander automatisch belast met het ouderlijk gezag. Blijft deze als enige belast met het ouderlijk gezag en overlijdt deze vervolgens, dan benoemt de kantonrechter een voogd over de kinderen, tenzij de ouder in een testament al een voogd heeft benoemd. Ditzelfde gebeurt als beide ouders tegelijk of vlak na elkaar overlijden.

Ongehuwde moeder

Een ongehuwde moeder die meerderjarig is als haar kind wordt geboren, oefent van rechtswege het ouderlijk gezag over haar kind uit. Als een ongehuwde moeder minderjarig is, krijgt zij het gezag pas als zij meerderjarig wordt, tenzij op dat moment een ander met het gezag is belast. In dat geval kan de moeder schriftelijk aan de kantonrechter vragen haar met het gezag te belasten. Een moeder die ten minste zestien, maar nog geen achttien jaar is, kan de rechter vragen haar meerderjarig te verklaren. In dat geval kan ze toch het ouderlijk gezag krijgen.

Gezamenlijk gezag door ongehuwde ouders van ongelijk geslacht

Als ongehuwde ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag willen krijgen, moeten zij gezamenlijk een verzoek tot aantekening hiervan in het gezagsregister indienen bij de griffie van het kantongerecht.
Voorwaarden hiervoor zijn:

  • de ouders moeten ieder bevoegd zijn het gezag uit te oefenen;
  • moeder en vader zijn meerderjarig;
  • ouders zijn niet met elkaar gehuwd (geweest), zijn niet onder curatele gesteld of onbevoegd tot gezag wegens een geestelijke stoornis, of ontheven of ontzet uit het gezag;
  • één van de ouders heeft alleen het gezag;
  • de ouders hebben niet eerder gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitgeoefend.

Voor het verkrijgen van ouderlijk gezag door een man is het vereist dat deze het kind erkent. Ouders die zich hebben laten registreren als partners moeten ten aanzien van de kinderen als ongehuwde ouders worden beschouwd.

Gezamenlijk gezag door ouder en niet-ouder

Het begrip gezamenlijk gezag kan ook betrekking hebben op de gezagsuitoefening van een ouder tezamen met een niet-ouder. Berust het ouderlijk gezag namelijk bij één ouder, dan kan deze samen met een niet-ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat een verzoek indienen bij de rechtbank om samen het ouderlijk gezag te verkrijgen.
Gezamenlijk gezag tussen een ouder en een niet-ouder staat ook open voor homoseksuele paren. Het verzoek tot gezamenlijk gezag met een niet-ouder wordt toegewezen als de belangen van het kind naar verwachting niet worden verwaarloosd.
Als het kind één ouder heeft tot wie het in familierechtelijke betrekking staat en deze het gezag over het kind alleen uitoefent, dan moeten deze ouder en de niet-ouder gezamenlijk een verzoek indienen om te worden belast met het gezamenlijk gezag. De niet-ouder en het kind moeten dan wel een nauwe persoonlijke band met elkaar hebben. Een rechtspersoon, bijvoorbeeld een stichting, komt niet voor gezamenlijk gezag in aanmerking.
Indien het kind twee ouders heeft waarvan er één niet met het gezag is belast, wordt het gezamenlijke verzoek van de ouder die wel met het gezag is belast en een niet-ouder, slechts toegewezen onder de volgende aanvullende voorwaarden:

  • de ouder en de niet-ouder hebben op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van één jaar voorafgaand aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind gehad;
  • de ouder die het verzoek doet, is op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaar alleen met het ouderlijk gezag belast geweest.

De belangen van de andere ouder worden door de rechtbank meegewogen. Van de beslissing tot gezamenlijk gezag wordt aantekening gedaan in het gezagsregister.
Tegelijk met het verzoek om het gezamenlijk gezag van een ouder met een niet-ouder te verkrijgen, kan aan de rechtbank het verzoek worden gedaan tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de geslachtsnaam van de niet-ouder.
Bij een gezamenlijk gezag door een ouder en niet-ouder is ook de niet-ouder verplicht tot het verstrekken van levensonderhoud voor het kind dat onder zijn gezag staat.
Na beëindiging van het gezamenlijk gezag door de rechter of door het overlijden van de ouder, duurt deze onderhoudsplicht voort net zo lang als het gezamenlijk gezag heeft geduurd. De rechter kan deze termijn verlengen.
De onderhoudsplicht eindigt op het moment dat het kind 21 jaar wordt.

Gezamenlijk gezag na echtscheiding

Bij echtscheiding en scheiding van tafel en bed blijven de ouders die gezamenlijk het gezag hebben, in principe dit gezamenlijk gezag uitoefenen. Uiteraard geldt hierbij dat beide ouders het gezag moeten hebben op het moment van de echtscheiding. De ouders of een van hen kan ook de rechtbank het verzoek doen om het gezag over een kind aan één van hen toe te kennen. Het belang van het kind is hierbij het enige criterium waaraan dit verzoek wordt getoetst.

Einde van het gezamenlijk gezag

Het gezamenlijk gezag eindigt:

  • zodra het kind meerderjarig wordt;
  • bij overlijden van de ouder of de niet-ouder: indien de niet-ouder overlijdt oefent de ouder verder alleen het gezag uit; overlijdt de ouder, dan oefent de niet-ouder van rechtswege de voogdij (alleen) uit;
  • door verzoek na echtscheiding;
  • indien een ouder of de niet-ouder onbevoegd is geworden, bijvoorbeeld door ondercuratelestelling. De andere ouder of de niet-ouder oefent gedurende de onbevoegdheid het gezag alleen uit;
  • door uitspraak van de rechter op verzoek van de ouder en/of de niet-ouder, op grond van gewijzigde omstandigheden of als bij de toekenning van het gezag van onjuiste gegevens is uitgegaan;
  • door ontheffing van of ontzetting van de ouder of de niet-ouder uit het gezag.

In de laatste twee situaties is de andere ouder – als die er is – uitdrukkelijk bevoegd om de rechter te verzoeken zelf met het gezag te worden belast.

Voogdij

Er is sprake van voogdij zodra een ander dan een van de ouders, alleen of tezamen met een derde, het gezag over een minderjarig kind uitoefent. Een voogd alleen heeft geen onderhoudsplicht ten opzichte van het kind. De voogdij kan ook worden uitgeoefend door een rechtspersoon. De voogdijbenoeming geschiedt in principe door de rechter.

Testamentaire voogdij

Door een voogdbenoeming in een testament of een specifiek daartoe opgemaakte notariële akte is in beginsel de rol van de rechter uitgespeeld: er is dwingend bepaald bij wie het kind terecht moet komen of wie er voor moet zorgen. Ouders, of de ouder die met een niet-ouder gezamenlijk het ouderlijk gezag heeft, kunnen een buitenstaander (maar geen rechtspersoon) als voogd aanwijzen. Ook is het mogelijk om twee voogden te benoemen, die gezamenlijk de voogdij uitoefenen. Hierbij moet bedacht worden dat de wet verschillende gevolgen verbindt aan de benoeming van één voogd of aan een voogden(echt)paar. Zo hebben twee voogden de plicht en het recht de minderjarige zelf op te voeden en te verzorgen. Is er één voogd dan kan deze de verzorging en de opvoeding aan een ander overlaten. Een voogdenpaar is tijdens de voogdij onderhoudsplichtig jegens het kind. Eén voogd alleen is dat niet.

De benoeming door de ouders heeft alleen gevolgen als zij gelijktijdig komen te overlijden of als één van hen als langstlevende komt te overlijden. Als één van beiden sterft, behoudt de overblijvende ouder immers van rechtswege het ouderlijk gezag. Overlijdt de ouder die samen met de niet-ouder het gezag uitoefende, dan wordt de niet-ouder van rechtswege voogd over de kinderen. Een voogdijbenoeming door de ouder heeft dan geen effect.
De aangewezen voogd hoeft pas na het overlijden te beslissen of hij de aanwijzing aanvaardt. Het is wel belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of de door u aangewezen voogd nog wel bereid en geschikt is om zo nodig de voogdij uit te oefenen. Is dat niet het geval, dan zal de aanwijzing herroepen moeten worden; zo mogelijk zal dan een ander als voogd worden aangewezen. De aangewezen voogd zal na het overlijden van de (laatstoverleden) ouder die belast was met het gezag op de griffie van het kantongerecht moeten verklaren dat hij voogd wil worden.

Ook een ouder die alléén het gezag heeft over een kind kan bij notariële akte vastleggen wie na zijn dood de voogdij over het kind zal uitoefenen. De ouder die niet belast was met het ouderlijk gezag, kan binnen een jaar na het overlijden een verzoek indienen om het gezag te krijgen. Dit verzoek wordt alleen afgewezen als er gevaar voor verwaarlozing van de belangen van het kind bestaat. Na afloop van het jaar wordt het verzoek alleen ingewilligd als de situatie is veranderd of bij een eerdere beslissing is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens.
De rechter kan voordat hij beslist, eerst de raad voor de kinderbescherming om een onderzoek vragen. Als de rechter het verzoek van de ouder toewijst, dan verliest de testamentaire voogd zijn functie.

Gezamenlijke voogdij

Gezamenlijke voogdij staat niet open voor rechtspersonen. Een persoon die met de voogdij is belast, kan de rechter verzoeken een ander naast hem tot voogd te benoemen. Voorwaarde is dat de voogd en de ander beiden verzoeken om gezamenlijk met de voogdij belast te worden.
De ander die tezamen met de voogd de voogdij wil gaan uitoefenen, moet een nauwe persoonlijke band met het kind hebben. Afwijzing van het verzoek vindt slechts plaats als er gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd. Na toekenning van het verzoek zijn beiden voogd en hebben zij de plicht en het recht om zelf de minderjarige te verzorgen en op te voeden.
De onderhoudplicht eindigt in ieder geval als het kind 21 jaar wordt.
Tegelijk met het verzoek tot gezamenlijke voogdij kan een verzoek tot naamswijziging van het kind in de geslachtsnaam van een van de voogden worden gedaan.

Einde van de gezamenlijke voogdij

Gezamenlijke voogdij eindigt:

  • zodra het kind meerderjarig wordt;
  • door het overlijden van één van de twee voogden; de ander oefent dan de voogdij alleen uit;
  • als één van beide voogden onbevoegd is geworden, bijvoorbeeld door ondercuratelestelling. De andere voogd oefent gedurende de onbevoegdheid het gezag alleen uit;
  • door beëindiging van de gezamenlijke voogdij op verzoek van een van de twee voogden of van hen gezamenlijk;
  • door een rechterlijke beslissing waarbij bijvoorbeeld een andere voogd is benoemd;
  • door ontheffing of ontzetting uit de voogdij van (één van) de voogden.