De Stichting

De woorden ‘stichten’ en ‘stichting’ hebben een zeer brede betekenis. Zij worden zowel in gunstige als in ongunstige betekenis gebruikt.

Zo kan een echtpaar een gezin stichten en een pyromaan brandstichten. Terwijl iemand door zijn gedrag een ander zou kunnen stichten, is die ander misschien bezig onheil te stichten. Ten slotte zou een regering kunnen besluiten een nieuwe stad te stichten. In welke betekenis het woord ‘stichting’ ook wordt gebruikt, steeds brengt het iets voort, dat er nog niet was. Zo is het ook met de stichting in de hier gebruikte betekenis: iedereen die daaraan behoefte heeft, kan bij notariële akte in zijn eentje een stichting oprichten en daarmee een rechtspersoon in het leven roepen, die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelneemt. De notariële akte waarmee de stichting wordt opgericht mag ook een testament zijn. In dat geval kan de stichting pas ontstaan als het testament in werking treedt. Dat is dus na het overlijden van degene die het testament heeft gemaakt.

Regels voor stichtingen

De akte van oprichting moet de statuten van de stichting inhouden. Daartoe behoren in ieder geval: de naam, de plaats van vestiging, het doel van de stichting, de wijze waarop de bestuurders van de stichting worden benoemd en ontslagen, en de bestemming van het overschot na ontbinding van de stichting (of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld). Het woord ‘stichting’ behoort deel uit te maken van de naam.

Dit voorschrift dient om aan iedereen duidelijk te maken dat hij met een stichting te doen heeft. Het doel van de stichting behoeft niet van liefdadige of sociale aard te zijn. Dit wil natuurlijk nog niet zeggen, dat de stichting de juiste vorm zou zijn voor een zuiver op winst gerichte onderneming. De wet bepaalt wel dat een stichting géén leden heeft en dat het doel van de stichting niet mag zijn: het doen van uitkeringen aan oprichters of bestuurders noch aan andere personen, tenzij wat deze laatstgenoemde personen betreft die uitkeringen een ideële of een sociale strekking hebben. De zin van dit verbod is duidelijk: de wet wil voorkomen dat iemand onder het mom van een stichting geld inzamelt en het – op grond van de statuten – in eigen zak steekt. Bij overtreding van dit wettelijk verbod kan de stichting door de rechtbank worden ontbonden.

Het bestaan van de stichting moet worden gepubliceerd in het handelsregister dat wordt aangehouden bij de Kamer van Koophandel binnen het gebied waarin de stichting is gevestigd. Ditzelfde geldt voor de namen en woonplaatsen van de bestuursleden en overige personen die de stichting kunnen vertegenwoordigen. Wijziging van de statuten van de stichting moet bij notariële akte gebeuren. Ook die wijziging moet in het handelsregister worden gepubliceerd, evenals veranderingen ten aanzien van de vertegenwoordigende bestuurders en andere personen.